Algemene informatie voor het aanschaffen van een huisdier

De aanschaf
Nadenken wat de dier van uw keuze kost -> ook het onderhoud en de voeding telt hierin mee. De aanschafkosten zijn erg afhankelijk van het diersoort. Kosten van huisvesting, voeding en verzorging in het algemeen zijn vaak hoger dan de aanschaf van het dier. Schaf goed aan -> gezond en/of op een verantwoorde wijze gefokt. Neem de tijd.

Onderhoudskosten
Alle kosten die we moeten maken om het dier lichamelijk en geestelijk gezond te houden (ook de kosten van huisvesting).
- Huisvesting (kooi, hok, stal, wei, aquarium)
- Verzorgingsmiddelen (borstels, nageltang, middelen tegen ongedierte)
- Hulpmiddelen (riem, halsband, tuig, zadel)
- Hulp van derden (hoefsmid, dierenarts, trimbeurten)
- Voeding
- Pensionkosten (uitlaat of oppas)
De kosten zijn per diersoort verschillend. Keuze tussen goedkoop en duur. Soms is goedkoop voldoende -> soms alleen genoegen nemen met het allerbeste en dit is vaak duur.

Het 5-stappenplan voor het wel of niet aanschaffen van een huisdier

Stap 1. Informatie verzamelen
Wanneer u een diersoort zou willen hebben, lees zoveel mogelijk informatie over het dier. Bezoek eventueel tentoonstellingen en praat met mensen die ervaring hebben met dit dier.

Stap 2. Omstandigheden en mogelijkheden
Wat kunt u het dier bieden, wat heeft het nodig: tijd, geld, aandacht, ruimte en past het in uw omstandigheden.

Stap 3. Huisvesting
Voorbereidingen treffen -> maak huisvesting in orde. D.w.z. koop een goede kooi, bouw een uitstekend hok. Kortom zorg dat alles klaar is om het dier te ontvangen.

Stap 4. Zorgvuldig kiezen
Ga rustig op zoek naar het dier van uw keuze. Wees daarbij kritisch en neem de tijd. Heeft u een voorkeur voor een bepaalde fokker of combinatie en het nest is al besproken wacht dan op het daaropvolgende nest. Ook het asiel heeft vaak fantastische dieren, maar ga ook daar zorgvuldig te werk.

Stap 5. Het dier halen
Als alles helemaal klaar is om het dier te huisvesten, te voeden en te verzorgen dan komt het dier pas in zijn nieuwe huis.

Huisvesting
Er zijn voor elke diersoort huisvestingseisen. Dit zijn belangrijke zaken waaraan u iedere kooi en elk hok kunt toetsen.

1. Uitbraakvrij:
Wanneer we een dier ergens in opsluiten is het niet de bedoeling dat het daaruit kan ontsnappen. Dit kan immers heel vervelende of zelfs rampzalige gevolgen hebben voor het dier zelf maar ook voor anderen. De behuizing van het dier moet degelijk zijn en tegen een stootje kunnen. Die dieren mogen het niet kapot kunnen bijten of knagen. Deurtjes, luikjes, klepjes, hekken en andere openingen moeten goed afsluitbaar zijn. Naast uitbraakvrij moet het ook inbraakvrij zijn (pony in de wei, vogelvolière).

2. Ruimte (bewegingsvrijheid en ruimte):
Een dier in gevangenschap houden betekent dat het dier beperkt wordt in zijn bewegingsvrijheid. Een dier in huis nemen heeft verplichtingen. Eén daarvan is voldoende ruimte voor het dier ter beschikking stellen. Dit is over het algemeen meer als dat men denkt. Een vogel moet kunnen vliegen en een konijn moet (hard) kunnen lopen. De prijzen voor grote hokken kan u laten schrikken, vaak is het gevolg dat men een kleinere kooi aanschaft. Voerbakjes, voer, stooisel, enz. kosten bij elkaar ook behoorlijk veel geld. Eigenlijk is de kooi te klein, maar ja de prijzen. Beter is om dingen via een andere volgorde aan te schaffen. Schaf eerst de huisvesting aan voordat u het dier gaat kopen. Gebruik hiervoor de kennis die u hebt verkregen over het dier en zijn behoeften. Zoek een kooi of hok zo ruim als uw woonsituatie dit toelaat en mogelijk maakt. Is de kooi te duur, spaar dan door ipv genoegen te nemen met een (te) kleine kooi. Meer genieten is zowel voor het dier als voor uzelf en het maakt de verzorging ook gemakkelijker.

3. Aangepast aan het diersoort
Maatwerk
Elke diersoort vertoont van nature zijn eigen gedrag, daarom is het nodig dat de huisvesting die we het dier bieden is aangepast m.a.w. maatwerk. Vorm en inrichting van het verblijf moet tegemoet komen aan het gedrag van het dier (klimmer=klimmogelijkheden, graver=graafmogelijkheden)

Nabootsen natuurlijke omgeving
Een klein biotoop (een stukje natuurlijke omgeving) nabouwen om het dier het naar de zin te maken. Denk rustig na en gebruik kennis water er leuk zou zijn voor het dier. Dit betekent niet dat het extra kostbaar hoeft te worden. er kunnen ook veel materialen en voorwerpen om ons heen gebruikt worden voor de inrichting van het hok of de kooi. (kartonnen kokers, takken, dozen/doosjes). Gaan deze materialen stuk of zijn ze vuil zijn ze makkelijk en goedkoop te vervangen.

4. Hygiëne
Dierverblijven moeten worden schoongehouden. Vuile hokken zijn een bron van infecties, ze ruiken vies en zijn onaangenaam om te zien. Alle hokken/kooien moeten regelmatig worden schoongemaakt. Hoe vaak is afhankelijk van welk diersoort, aantal, oppervlakte behuizing, maar ook het weer, temperatuur en het seizoen hebben hier invloed op

Praktisch
Het schoonmaken van kooi, hok of stal moet niet onnodig lastig zijn. Het moet gemakkelijk gaan en niet al teveel tijd kosten. Zorg dat het dierenverblijf vooral praktisch is uit het oogpunt van hygiëne. Hoe ingewikkelder en tijdrovend het onderhoud is des te minder snel zal je toe komen aan schoonmaken en des te moeilijker is het vinden van een vervanger (ziekte, vakantie). Hoe leuker en gevarieerd mogelijk de kooi is des te moeilijker is het schoonmaken. Zoek een compromis. De keuze hangt ook af van uw karakter en de tijd die u eraan kunt besteden.

5. Veiligheid
Veilige leefomgeving
Wanneer we een dier opsluiten moeten we ervoor zorgen dat hun leefomgeving veilig is. Dit betekent in 1e instantie dat er geen ongelukken mogen gebeuren (ideale uitgangspositie)
U dient de volgende zaken kritisch te bekijken:
- Scherpe uitstekende voorwerpen verwijderen (kunnen verwondingen veroorzaken)
- Openingen waar het dier net met de kop of poot doorheen kan (raakt klem en zwelt op, zit vast, raakt in paniek met verschrikkelijke gevolgen)
- Voorwerpen die in zijn geheel of gedeeltelijk ingeslikt kunnen worden zijn riskant (speelgoed)
- Bewegende delen in een kooi (bekneld raken -> hamstermolen)
- Giftige stoffen (verf)
- Een verblijf kan door toedoen van het dier zelf onveilig worden (aangevreten hout -> splinters)
Een veilig dierenverblijf is geen eenvoudige zaak en zeker niet vanzelfsprekend.

Een veilig gevoel
Een goed en doelmatig dierenverblijf houdt ook in dat het dier er zich veilig in voelt. Een plaats om zich terug te trekken en zich niet bedreigt voelt. Een geschikte plek om een dutje te doen. Merendeel van de kooien en hokken die verkrijgbaar zijn schieten te kort. Rondom gaas of tralies met meestal het dak doorzichtig -> het gevaar kan van alle kanten komen -> geen veilige plek. Scherm 1 maar liever 2 kanten van de kooi af hiermee geven we het dier een veilige rugdekking.

Duurzaamheid
Het is wel prettig als we een passend huis hebben gevonden dat dit ook lang meegaat. Bezuinig niet te snel op de kwaliteit van de kooi of de gebruikte materialen.

Klimaat
Het klimaat moet afgestemd worden op het dier dat we willen houden. Let daarbij op de volgende zaken:
- Temperatuur: naast de juiste temperatuur voor het juiste dier is het ook van belang al te grote schommelingen in de temperatuur te vermijden. Dit kan allerlei ziektes veroorzaken
- Ventilatie: heel belangrijk -> zuurstof -> amoniak in de lucht. Dit gas komt bij alle dieren vrij uit mest en urine en is schadelijk. Let op dat er geen tocht ontstaat, dit maakt vrijwel alle dieren ziek.
- Vochtigheid: in centraal verwarmde huizen is de luchtvochtigheid bijna altijd te laag -> schadelijk voor luchtwegen en de functie van de huid. De juiste luchtvochtigheid voor bijna alle dieren (en mensen) is 60-65 %. In de winter is door de verwarming deze waarde wellicht wel 40 % en dit is veel te droog. Door het plaatsen van verdampingsbakken kan je hierin verbetering brengen. Gebruik voor de controle een hygrometer.
- Licht: er zijn weinig diersoorten die zonder licht kunnen. Ook nachtdieren hebben licht nodig. Niet alleen om actief te zijn maar juist als prikkel om te gaan slapen. Dieren die een gebrek aan (dag)licht hebben kunnen allerlei aandoeningen krijgen.

Voor dieren die in de buitenlucht gehouden worden moeten wij als verzorgers van het dier de omstandigheden beïnvloeden. Zorg voor een schaduwplek waar het dier kan schuilen tegen regen en wind. Een (binnen)hok of stal kan zodanig gebouwd worden dat er voldoende licht binnen kan komen. Het is ook noodzakelijk om een hok in de buitenlucht goed te ventileren zonder dat dit tocht veroorzaakt.

Blijf kritisch en doe niet te snel concessies aan de kwaliteit.

Naar boven


Print deze pagina !